De nieuwe Wet natuurbescherming

  • Datum: 18 januari 2017
  • Wat verandert er eigenlijk?

    Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen wordt vanaf nu via deze wet geregeld. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies en 3. vereenvoudiging van regels. Nieuwe regels roepen echter vragen op. Benieuwd wat deze verandering betekent?

    Bevoegdheid

    Vóór 1 januari 2017 kende de natuurwetgeving verschillende bevoegde gezagen. Voor een ontheffing van de Flora- en faunawet diende men een aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO),  onderdeel van het ministerie van Economische zaken. Een kapmelding voor de Boswet deed u ook bij de RvO. Een vergunning Natuurbeschermingswet vroeg u meestal aan bij de provincie, soms bij het ministerie van Economische Zaken. De drie wetten kenden naast verschillende bevoegde gezagen ook verschillende rechtsdocumenten: melding, ontheffing en vergunning. Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen. Onder de nieuwe wet krijgt u één rechtsdocument waarmee zowel vergunning als ontheffing wordt verleend. Net als in de oude situatie is het ook nu niet verplicht om ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning.

    Gebiedsbescherming

    De Natuurbeschermingswet was een vertaling van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn naar nationale regelgeving. De Natuurbeschermingswet regelde de bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. Deze wettelijke bescherming van is anders dan de bescherming van de Ecologische HoofdStructuur (EHS) of het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Die bescherming verloopt immers via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving. We concentreren ons in dit artikel op de natuurwetgeving. In de nieuwe Wet natuurbescherming blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komt te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan de EHS / het NNN of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap.

    Soortbescherming

    Zowel in de Flora- en faunawet als in de nieuwe Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden. Verboden activiteiten wijzigen nauwelijks. Wel zijn enkele definities aangepast. Zo is onopzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren van vogels in sommige situaties toegestaan. Maar verstoren zonder dat tevoren goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd, blijft strafbaar.
    Met de nieuwe wet wijzigt wel de lijst van beschermde soorten. Waar de Flora- en faunawet uitgaat van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. De bescherming van vaatplanten uit tabel 1 en tabel 2 is vervallen. Onder de Wet natuurbescherming worden nog 75 soorten vaatplanten beschermd, waaronder soorten die niet eerder werden beschermd. De bescherming van mieren vervalt. Vrijwel alle zoogdieren blijven beschermd. Meer soorten libellen en vlinders worden beschermd.

    Bij een ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet wordt nog steeds getoetst aan drie criteria:
    •    Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen?
    •    Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk?
    •    Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
    Daarmee verandert er weinig in vergelijking met de huidige toetsingspraktijk.

    Bescherming van Houtopstanden

    De Boswet kende twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Wie (een deel van) een houtopstand velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Dit instrumentarium blijft behouden. Provincies gaan bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een  houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel.

    ©Bron: www.ecogroen.nl

    Ah! Daarom is de Vestdijk afgesloten voor doorgaand verkeer!

    Lees meer
    Boomwortels van straatbomen in mijn tuin!

    Lees meer
    Boombezwaar vs Boomwaarde

    Lees meer
    Hoge temperaturen en fikse zomerbuien

    Lees meer